“Een centrum zijn waar veel plezier in zit”: Jeroen van der Borg over de huidige stand van zaken en de toekomst van de woonindustrie 
Als operationeel directeur van De Woonindustrie is Jeroen van der Borg uitgesproken over de huidige marktsituatie: “Iedereen is zoekende, niets is meer vanzelfsprekend. Vandaar dat het voor ons centrum een mooie prestatie is dat we inmiddels, bij wijze van spreken, 99 procent van de beddenbranche hier hebben staan als standhouder.” In de komende maanden zullen gerenommeerde fabrikanten als Avek, Pulmann, Mahoton, Riviera Beds, Cassenz, Gebroeders Jonk, Pierre Cardin en Dommelin inhuizen. Al met al sterke spelers in de beddenbranche. Maar zijn ambities reiken verder, want hij voorziet dat detaillisten in de toekomst nog breder en veelzijdiger worden in hun aanbod aan producten en diensten: “Ze moeten wel, om nog mee te tellen voor consumenten. Dus moeten wij als centrum mee veranderen en nog meer de breedte en diepte ingaan met onze exposanten. Maar wel met behoud van kwaliteit, onderscheid en identiteit. Geen plaats voor eenheidsworst.”

‘We moeten een centrum willen zijn waar plezier, energie, inspiratie in zit. Met de inkopers als centrale focus’
Jeroen is blij dat Dromenland in de Woonindustrie nu zo veelomvattend en compleet “Het heeft veel gesprekken en energie gekost, maar het is het waard geweest. De branche is verenigd binnen De Woonindustrie. Wij faciliteren de ruimte en de voorzieningen, zij als exposanten zorgen voor de toestroom van vak bezoekers. Als branche laten zij zien: we vormen een groep in hetzelfde gebouw, samen staan we sterk en vullen elkaar aan in collectie en marktsegment. Dit is inspelen op de situatie die ik al eens eerder heb geschetst: steeds minder inkopers die meer moeten doen binnen de beschikbare tijd en die dus baat hebben bij alle partijen onder hetzelfde dak. De beddenaanbieders begrijpen dit. We willen een menukaart zijn voor de handel: alles wat je zoekt is hier te krijgen.” Hij vat het karakter van De Woonindustrie samen: “We moe- ten een centrum willen zijn waar plezier, energie, inspiratie in zit. Met de inkopers als centrale focus. Exposanten die vooral zichzelf op de voorgrond willen plaatsen snappen niet wat we hier doen.”
ALTERNATIEF VOOR DE VELE HUISSHOWS
Hij is ook uitgesproken in zijn ambitie richting de afdeling meubelen: “Wat bij bedden is gelukt wil ik ook bij meubelen tot stand brengen: eenheid in verscheidenheid. Ik wil hier merken hebben staan die hun best doen voor de bezoekers en daarin samen met de anderen optrekken. Wanneer Dromenland dit voor elkaar krijgt, waarom dan niet bij meubelen? Maak gebruik van de ruimte die je hier hebt, ook door de week voor afspraken en rondleiden. Huisshows zijn op dit moment weer in de mode, maar ik twijfel aan het nut ervan, zeker wanneer het er zoveel zijn, zoals nu. Wie heeft er tijd om naar al die shows te gaan? Plus: je ziet maar één merk. Ik wil dat het gevoel gaat leven dat alle goede merken hier staan en dat je daar dus bij moet zijn, net als bij de bedden. Ik wil ook meer nadruk op de maatwerk productiebedrijven die hier staan. Natuurlijk zijn we blij met iedere exposant, waar dan ook vandaan, die binnen het aanbod past. Maar een maatwerk partij uit eigen land kan hier alle mogelijkheden in maatvoering en stoffen meteen laten zien en je hoeft niet te wachten op een bericht vanuit de fabriek ver weg of het kan of niet.”

‘Ik wil hier merken hebben staan die hun best doen voor de bezoekers en daarin samen met de anderen optrekken’
WISSELINGEN VAN EXPOSANTEN HOREN ERBIJ
Dat er soms partijen weggaan, dat andere erbij komen, of dat partijen na tijdelijk afwezig te zijn geweest toch weer kiezen voor aanwezigheid in Nieuwegein hoort bij de dynamiek van het centrum: “Partijen tekenen in principe voor telkens drie jaar. Daarna hebben ze of een positie verkregen in de markt waarop ze kunnen voortborduren, of ze hebben het gevoel er nog niet te zijn of ze besluiten om weg te gaan. Ik doe daar niet dramatisch over, ook al hoop ik dat bedrijven kiezen om te blijven. Soms snap ik de keuze om weg te gaan heel goed: het ligt dan niet aan ons als centrum maar het aanbod past niet binnen de markt van dat moment of ze voelen dat ze toe zijn aan een eigen showroom. Dat kan. Ik vind het fijn wanneer partijen dan alsnog terugkomen omdat ze de synergie, de centrale ligging en het totale aanbod waarbinnen zij passen missen. Ik vind het ook mooi wanneer bedrijven een eigen showroom combineren met een showroom hier, omdat ze weten dat het elkaar versterkt.
Wat voor mij vooral telt: voeg je iets toe als merk, als bedrijf, als collectie? Wil je samenwerken met de rest van de groep? Ik moet selectief zijn in wie hier een plaats kunnen laten innemen, niet alleen vanwege de beschikbare ruimte maar ook voor het totale aanbod. Ik wil ook eerlijk kunnen zeggen: doe het niet, want de ervaring leert dat jij deze producten niet gaat verkopen aan de vak bezoekers die hier komen. We hebben er niets aan om tegen iedereen ja te zeggen en na een jaar te horen: het is hier niets voor ons. Ja, dat had ik je al kunnen zeggen. Waarom heb je dat dan niet gedaan? Eerlijk en transparant zijn, dat is ons uitgangspunt.” Hij wil ook geen rijen van dezelfde producten voor min of meer dezelfde prijzen: “Daar schiet niemand iets mee op. Hier is geen plaats voor eenheidsworst, daar waak ik voor.”

‘De winkelier zal een breder verhaal met meer kennis over meerdere producten moeten kunnen houden. De groep bedrijven die hier staat ondersteunt daarin’
DENKEN IN SEIZOENEN
Dus moet De Woonindustrie, met het oog op de toekomst, de juiste connecties kunnen maken: zowel tussen inkoop en exposant als tussen de exposanten onderling. “Ik zie het gebeuren dat winkeliers nog meer totaalaanbieder gaan worden. Met bedden, met meubelen, met verlichting, met accessoires, met verf, vloeren en behang. De consument van nu verwacht dit ook, one stop shopping is de norm. De winkelier zal een breder verhaal met meer kennis over meerdere producten moeten kunnen houden. De groep bedrijven die hier staat ondersteunt daarin. En wij als centrum moeten ook hierin meegaan door goed te blijven kijken naar het aanbod. Ik denk ook dat winkeliers weer meer in seizoenen moeten gaan denken met hun collectie. Ik vergelijk het graag met een restaurant dat vier keer per jaar de menukaart verandert, al naar gelang de seizoen producten die dan vers verkrijgbaar zijn. Met het aanbod in De Woonindustrie is het mogelijk om telkens van menu te wisselen. Wij als centrum moeten hierin meedenken en handelen.”
Wat betreft de beschikbare ruimte: De Beursfabriek, achter De Woonindustrie, is inmiddels deels verhuurd aan Sparx, een Belgisch bedrijf dat indoorsporten voor het hele gezin aanbiedt via interactieve technologie. “Sparx neemt de helft van de ruimte in beslag, Gert Snel houdt de showroom en het magazijn in een afgescheiden deel van het pand en wij houden voor onszelf ook nog opslag over. Dit betekent dat meedoen als exposant geheel afhangt van de beschikbare ruimte in het hoofdgebouw en wij daarom kritisch moeten blijven toezien op wie er meedoet, om de balans in het aanbod niet te verstoren. Maar vooropgesteld: de toekomst gaat De Woonindustrie veel goeds brengen, ik ben daarvan overtuigd, met de uitbreiding en de huidige instelling van Dromenland als lichtend voorbeeld voor de rest van het centrum.”

DRIE FAMILIEBEDRIJVEN ALS EXTRA NIEUWKOMERS BIJ DROMENLAND
De drie familiebedrijven Avek uit Surhuisterveen, Gebr. Jonk uit Volendam en Veenma Bed- en Badtextiel | Dommelin uit Tilburg betrekken er samen 2 stands. De Woonindustrie, reageert opgetogen: “Erg fijn dat deze drie kwaliteitsbedrijven bij ons gaan staan op de stands C110 en C075/C079.”
Avek, fabrikant van luxe boxsprings, matrassen, spiraalbodems en bedmodellen, bestaat volgend jaar 100 jaar. “Het lijkt ons een mooie plek om bij De Woonindustrie onze nieuwe jubileum-boxspring te gaan presenteren”, aldus Roelf Kok (Avek). “Het voelt voor ons als thuiskomen: we zijn decennialang met veel plezier standhouder geweest op wat toen nog het HTC werd genoemd.”
Marcel Jonk (Gebr. Jonk) voegt daaraantoe: ”We versterken elkaar door hierin samen op te trekken. Op deze manier kunnen wij onze nieuwe en bestaande collectie dekbedden en kussens optimaal presenteren aan onze gewaardeerde klanten. We hebben veel plannen voor nieuwe kwaliteitsproducten en De Woonindustrie is voor ons een zeer geschikte plek om dat te laten zien.”
“We hebben er zin in!”, zegt Bob Veenma (Veenma Bed- en Badtextiel | Dommelin). “Wij bieden ruim 50 jaar hoogwaardig bedtextiel en een bescheiden collectie badtextiel. Vandaag de dag onderscheiden we ons door de mogelijkheden die wij bieden ten aanzien van het stuksgewijs bestellen, ons uitgebreide programma bij het leveren van maatwerk en natuurlijk onze steeds actuele collectie dessins. Wij zijn trots op de ingezette samenwerking met Gebrs. Jonk en Avek en zijn ervan overtuigd dat wij al onze relaties meerwaarde kunnen bieden door ons gezamenlijk te presenteren in De Woonindustrie.”
De Woonindustrie is zeer verheugd dat deze drie Nederlandse familiebedrijven toetreden tot Dromenland: “Zo worden we qua aanbod en de geboden kwaliteit daarvan, nog aantrekkelijker om te bezoeken. Dit levert voor iedereen die betrokken is bij De Woonindustrie mooie nieuwe kansen en mogelijkheden.”
Copyright
© 2026 Business Content Media Den Haag. Niets uit dit artikel of deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch, op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever Business Content Media/Vakblad Bedding Business magazine.
Dit artikel is verschenen in Vakblad Bedding Business Magazine, editie 2 . Nog geen abonnement of wilt u een abonnement cadeau geven? Mail naar linda@businesscontentmedia.nl voor de meest recente aanbieding
